Ik hoor het mijzelf op mijn 17e nog zeggen tegen mijn vader. Hij reageerde met een glimlach en liet zich (tot mijn ergernis) niet verleiden tot een reactie.
Als je voor de wet volwassen bent is het niet gek dat je denkt: “Wie zegt mij wat, ik ga mijn eigen pad. Sla ieders mening in de wind, ik ben immers een volwassene en geen kind. Wat nou gevaar, iedereen maakt het veel te zwaar. Beren op de weg? Ik kom ze echt niet tegen. Ik sta op eigen benen in mijn leven. Het is een herkenbaar refrein.
Achttien jaar, eindelijk meerderjarig. Contracten tekenen, geld lenen, samenwonen, ondernemen: de wereld ligt aan je voeten. En eerlijk is eerlijk, dat is ook precies de bedoeling van volwassen worden. Loslaten hoort daarbij. Maar loslaten is iets anders dan laten vallen. Als notaris zie ik regelmatig hoe optimisme en onervarenheid elkaar versterken. Een telefoonabonnement wordt een lening, een studievriend wordt een zakenpartner, een
online gokje, totdat het misgaat. Niet uit onwil, maar uit onwetendheid. Ouders doen er verstandig aan om tijdig na te denken over bescherming. Denk aan een uitsluitingsclausule bij schenkingen, zodat vermogen privé blijft bij een relatiebreuk. Bewind over geschonken vermogen of hetgeen ze van u zouden erven, zodat grotere bedragen niet in één onbezonnen beslissing verdampen. Dat is geen wantrouwen. Dat is bescherming. Juist jongeren die overtuigd zijn van hun eigen gelijk, hebben baat bij een vangnet dat ze zelf niet nodig denken te hebben. Beschermen is geen beperking van vrijheid, maar het creëren van rust – voor kind én ouder. Want eigen benen zijn prachtig, maar zelfs wie stevig staat, kan soms uitglijden.
Rinske Mantel