Joep en Noor rijden terug naar huis na de lezing: de maand over het testament en levenstestament. Nu ze een huis hebben gekocht en een samenlevingsovereenkomst hebben, wilden ze graag nog wat meer weten.

“Ik dacht eigenlijk altijd dat een testament pas belangrijk werd als je grijs bent,” zei Joep terwijl hij de auto de dijk op stuurde.

“Dat dacht ik ook,” antwoordde Noor. “Maar we moeten wel wat regelen want we zijn nu niet elkaars erfgenaam.” Joep knikte. “Ik vond het opmerkelijk dat als je samenwoont, je zonder testament niet automatisch elkaars erfgenaam bent. Zelfs niet als je al jaren samen bent of een samenlevingsovereenkomst hebt.” Noor keek hem even aan. “Dat was inderdaad even een reality check.” “Als we nu een auto-ongeluk krijgen en een van ons overlijdt, gaat de nalatenschap volgens de wet naar de familie en niet naar degene die achterblijft.”

“Precies,” zei Joep. “Het kan dan zomaar gebeuren dat uiteindelijk alles aan een kant van de familie terechtkomt. Terwijl wij juist alles eerlijk wilden verdelen.” Noor knikte. “Ja, dat vind ik ook veel logischer. Anders krijg je straks ruzie over jouw verzameling gereedschappen voor je toekomstige hoveniersbedrijf.” “Die mag mijn broer hebben hoor,” grijnsde Joep. “Maar de koffiemachine is van mij!”

Na een korte stilte begon Noor over een ander onderwerp uit de lezing. “Dat onderwerp over de wettelijke verdeling was wel ingewikkeld. Weet jij nog hoe dat zat?” “Volgens mij wel,” zei Joep. “Mijn opa en oma waren getrouwd. Toen mijn opa overleed, kreeg mijn oma alle bezittingen. Mijn moeder en haar broer erfden wel mee, maar kregen hun erfdeel pas later. Ze hebben eigenlijk een niet-opeisbare geldvordering op mijn oma. Die kunnen ze meestal pas opeisen als zij ook overlijdt.” “Goed voorbeeld”, zei Noor. “Maar toen kwam de erfbelasting…”

“Ja!”, zei Joep, “bijzonder was dat. Je krijgt het geld nog niet, maar de Belastingdienst staat alvast vooraan in de rij.” “Die heeft blijkbaar geen geduld,” lachte Noor. “Een testament stel je dus niet alleen op voor wie wat krijgt.” Je kunt ook kijken welke regeling het beste past bij je eigen situatie en hoe je misschien onnodige belasting kunt voorkomen.”

Even later kwam het gesprek op het levenstestament.

“Dus een testament werkt pas na je overlijden en een levenstestament juist tijdens je leven. Bijvoorbeeld als je door een ongeluk of ziekte zelf geen beslissingen meer kunt nemen”, zei Noor. “Daarom heet het dus een levenstestament…” zei Joep. “Achteraf best logisch. Ik dacht eerlijk gezegd: als we ooit trouwen, wordt dat allemaal vanzelf geregeld.” “Nope, dat is dus niet zo,” zei Noor. “Ik mag dan niet automatisch dingen voor je beslissen. Zonder levenstestament moet er in veel gevallen eerst een rechter aan te pas komen.” Joep zuchtte overdreven. “Dus zelfs als jij alleen maar wilt dat iemand mijn administratie doet, eindigen we eerst bij de rechter?” “Of iemand moet eindelijk ontdekken waar jij je wachtwoorden hebt verstopt.”

Joep glimlachte. “Misschien toch maar eens een levenstestament regelen… én een lijstje met wachtwoorden.” “Dat lijkt me inderdaad een goed begin,” zei Noor lachend.